Rijwielbelasting.

                   (De werkfiets herdacht).

Trouwe, tweedehandsche makker
Ouwe uitgeleefde vriend.
Moet jij ook een merkje dragen,
Waaraan heb je dat verdiend ?
Kan jou soms de tijd nog heugen,
Dat je ’t laatste bent gelakt,
Driemaal, weet je ’t grappenmaker
Ben ik door je heen gezakt !!

‘k Heb je frame bijeengebonden
Met een stukje ijzerdraad,
Jij werd slapjes in je lenden
Door gebrek aan ruiggegraat
‘k Bracht met een onnozel touwtje
Bei je banden in ’t fatsoen,
Dat moest ik wel voor je welzijn
En …. uit eigen voordeel doen !

‘k Heb je alle dagen noodig
Voor m’n brood en m’n werk,
Jij geeft trouw je beste krachten,
Ook al ben je lang niet sterk !
Als een ieder in ons landje
Steeds zijn plicht  deed zoals jij,
Was de schatkist wat gevulder,
Jouw bezit belastingvrij.

Jij, die op je zware tochten
Soms in stilte, krakend zucht,
Jij vraagt niets meer van m’n armoe,
Dan wat olie en wat lucht
Maar de menschen, ouwe jongen,
Voel je wel dat dat niet gaat
Laten mij de duiten dokken,
Omdat jij me werken laat !

Je bent weelde brave kerel,
Houd je strak en lach  nou niet,
Jij valt onder de belasting
Meer op artistiek gebied
Jij moet met je oude bodie
Met mijn wrak karkas bevracht
Nog het vaderland gaan redden
Had je dat ooit gedacht.

‘k Heb eens met ’n hoofd vol zorgen,
Jou in stille kwaad gedaan
Och een mensch is soms niet wijzer
In den strijd om het bestaan
Toen heb ik mijn werk geweten
Met iets heel gemeens bezwaard
Met de zondige gedachte:
“Ben je nog wel drie pop waard?”

                                               ANT. T

De Hoofddorpsch courant
zaterdag 25 October 1925